Vragen D66 en PvdA/Groen Links Wijdemeren inzake terugvordering bijstand

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

2020-S-48

De gemeenteraad
T.a.v. de raadsgriffie
Postbus 190
1230 AD Loosdrecht

Uw kenmerk:
Uw brief van: 28 december 2020
Ons kenmerk: Z.62192
Datum:  19 januari 2021
Behandelend ambtenaar: M. Costa
Doorkiesnummer: (035) 65 59 577 
Bijlagen Verzonden:

Onderwerp: Vragen van D66 en PvdA/Groen Links Wijdemeren inzake terugvordering bijstand

Geachte heer/mevrouw,  

Op 28 december 2020 stelden de fracties van D66 en PvdA/Groen Links Wijdemeren  schriftelijke vragen over de zaak waarin bijstand is teruggevorderd en waarover in de media  uitvoerig is geschreven. Graag beantwoorden wij hieronder deze vragen.  

1. Was het College op de hoogte van deze rechtszaak, van de uitspraak en van de  mogelijke gevolgen hiervan voor de betrokkene?  

Ja, voorafgaand aan de rechtszaak heeft betrokkene eerst bezwaar ingediend. Dit bezwaar  is ongegrond verklaard door ons college op 21 mei 2019. De rechtbank heeft op 14 oktober  2019 uitspraak gedaan. De uitspraak is op 15 oktober 2019 naar ons verzonden en op 17  oktober 2019 door ons ontvangen. Op 19 november 2019 heeft de advocaat van betrokkene  namens betrokkene hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De  behandeling van dit beroep loopt nog. Zie voorts de beantwoording op vraag 2. 

2. De Participatiewet kent uitzonderingsgronden en een hardheidsclausule die de  gemeente in een individueel geval kan toepassen. De gemeente moet het doel van  terugvorderen afwegen tegenover de nadelen van terugvordering voor de betrokken  inwoner en nagaan of wat rechtmatig is in deze specifieke omstandigheden ook  rechtvaardig uitpakt. Is de bovengenoemde afweging gemaakt in deze zaak en waarom  is in deze zaak (in eerste aanleg of in de fase van het bezwaar) niet gekozen voor  toepassing van deze hardheidsclausule ?  

De individualisering van de Participatiewet komt terug in artikel 18. Dit artikel geeft de ruimte  om de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af te stemmen op de  omstandigheden, mogelijkheden en middelen van belanghebbende. In artikel 16 van de participatiewet wordt gesproken over zeer dringende redenen. Hier is sprake van bij  bijvoorbeeld een levensbedreigende situatie. 

In deze casus gaat het over de terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht  

op grond van artikel 58 lid 1 van de Participatiewet. Het college is verplicht terug te vorderen.  Bij een terugvordering houden we rekening met de beslagvrije voet. Daarnaast is er ook  ruimte voor een betalingsregeling. 

Allereerst is er een afweging gemaakt met betrekking tot het wel of niet vrijlaten van giften.  Voor giften geldt dat bij de bepaling van de vrijlating de bestemming en de hoogte van de gift  een rol spelen. De wet maakt geen onderscheid tussen giften van instellingen en giften van  personen. Om vrijgevigheid van instellingen of personen niet te ontmoedigen, kan het  college ervoor kiezen de giften (deels) niet in aanmerking te nemen. Echter, gezien het  minimumbehoeftekarakter van de bijstand kan de vrijlating niet onbeperkt zijn.  

Wat betreft de hoogte van de gift geldt dat een gift in aanmerking wordt genomen als dit leidt  tot een bestedingsniveau dat niet verenigbaar is met hetgeen op bijstandsniveau gebruikelijk  is. Wat betreft de bestemming is het van belang of de gift betrekking heeft op kosten die in  de algemene bijstand zijn begrepen. Als dit het geval is, of als de gift ter vrije besteding is,  kan dit aanleiding zijn om de gift volledig in aanmerking te nemen. 

In deze zaak is het college in 2019 tot de conclusie gekomen dat de gift, rekening houdend  met de hoogte en de bestemming, en het structurele karakter, volledig in aanmerking  genomen moet worden.  

Omdat betrokkene de gift niet uit zichzelf heeft gemeld, is de inlichtingenplicht niet  nagekomen. Het college is verplicht het recht op bijstand te herzien of in te trekken als door  het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht ten onrechte of tot een te hoog  bedrag bijstand is verleend. Een belangenafweging is dan niet op zijn plaats. Het college  moet het ten onrechte of te hoog bedrag aan verleende bijstand terugvorderen. Alleen als er  dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van  terugvordering af te zien, bijvoorbeeld wanneer iemand ernstig ziek is of op straat komt te  staan. Daar is in deze situatie geen sprake van. 

3. Is het College bereid deze casus te heroverwegen ? Zo nee, waarom niet ? Zo ja,  wanneer gaat dit gebeuren en wanneer kunnen wij hier de uitkomst van verwachten ?  

De wethouder heeft aangegeven het rechtvaardigheidsaspect van deze zaak opnieuw te  willen bekijken. 

4. Hoe verhoudt deze casus zich tot de motie die op 15 december jl. in de gemeenteraad  van Wijdemeren is ingebracht, genaamd “Laat een gift in deze tijd een gift mogen zijn” ?  Deze motie kwam erop neer om ruimhartig(er) om te gaan met giften van familie en  vrienden aan bijstandsgerechtigde inwoners, zeker in deze zware coronatijd.  

De Participatiewet laat giften in beperkte mate toe, vrijgevigheid mag. Wel is van belang dat  rekening wordt gehouden met de hoogte en bestemming van het bedrag. Om vrijgevigheid  van instellingen of personen niet te ontmoedigen, kan het college ervoor kiezen de giften  (deels) niet in aanmerking te nemen. Echter, gezien het minimumbehoeftekarakter van de  bijstand kan de vrijlating niet onbeperkt zijn.

Een gift zal individueel beoordeeld worden, wat is de hoogte, de bestemming en heeft het  een incidenteel of structureel karakter. In de casus waren de hoogte, duur en bestemming  dusdanig dat er besloten is de gift volledig in aanmerking te nemen. 

Met vriendelijke groet, 

Burgemeester en wethouders van Wijdemeren, 

de secretaris, de burgemeester, 

mw. mr. W. Heeg mw. drs. C.R. Larson

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *